
de Evolutietheorie
Het universum
Iemand die het heelal bestudeert , komt zo ongeveer 300 miljard sterrenstelsel
tegen die bestaan uit zo'n 300 miljard sterren. Elk van deze geweldige stelsels
functioneert volgens bepaalde wetten en een bepaalde orde.
Elk deel van het
heelal wordt beheerst door een plan, een ontwerp en is in balans.
De aarde die slechts een minuscuul entiteit is in dit gigantisch universum, is
op zichzelf al een perfect systeem ondanks haar kleine omvang.
In tegenstelling tot andere bekende hemellichamen in het heelal, heeft zij een aangename atmosfeer en oppervlakte om leven te herbergen.
Het water dat een aanzienlijk
deel van de aarde bedekt, is een basisvoorwaarde voor leven.
De
warmte, de ruimtelijke baan waarin het zich bevind en de structuur van deze
planeet duiden erop dat deze planeet speciaal ontworpen is voor leven.
Deze
bijzondere planeet bevat ongelofelijk veel levensvormen.
Op deze planeet leven miljoenen verschillende soorten planten en dieren in een
perfecte harmonie.
Deze harmonie is zo perfect en duurzaam, en kan alleen door
de mens worden verstoord.
Goed, maar hoe zijn deze systemen en levende dingen nu ontstaan ?
Wanneer leven op aarde nader wordt bestudeerd, wordt duidelijk, dat er klaarblijkelijk sprake is van een ontwerp.
En elk van deze levensvormen zit zodanig in elkaar dat het optimaal gebruik kan maken van zijn individuele capaciteiten.
Als levende wezens zijn gepland, ontworpen en georganiseerd, moet er wel zeker sprake zijn van een Maker die het plant, ontwerpt en organiseert.
In feite openbaart de Maker Zich al sinds het begin van de geschiedenis aan de mens.
Hij is Allah, de enige God
van de hemelen en de aarde en al wat er tussen ligt.
De theorie
De schepping werd tot de 19de eeuw door de overgrote meerderheid van de mensen als feit geaccepteerd.
Echter, in het midden van deze eeuw introduceerde een amateur bioloog, Chalses Darwin, een nieuwe denkbeeld.
Hij opperde dat leven geen
creatie was maar is ontstaan bij toeval.
Op een schip genaamd Beagle, voer hij in 1832 uit, vanuit Engeland.
Vijf jaar lang voer hij rond de wereld en bestudeerde hij diverse soorten levensvormen.
Gedurende zijn reis, maakte hij aantekeningen van zijn bevindingen en speculeerde er later over.
Darwin was in het bijzonder onder de indruk van een bepaald soort vogels die, hij had gezien op de Galapagos eilanden. Hij dacht dat de verschillen in de snavels van deze vogels een gevolg waren van de wijze waarop zij zich hadden aangepast aan de omgeving.
Met andere woorden: volgens Darwin waren deze soorten niet apart door God (Allah) gemaakt.
Dit uitgangspunt was op geen enkel wetenschappelijke feit of bevinding gestoeld.
Met de tijd ontwikkelde hij zijn aannamen tot een arrogante theorie, welke hoofdzakelijk, en zuiver gebaseerd is op verbeelding en veronderstelling.
Hij beweerde dat alle soorten zijn voortgekomen uit een enkele entiteit, die in enkele miljarden jaren met steeds kleine veranderingen, is veranderd in verschillende levende wezens.
In 1859 voegde hij zijn aannamen samen in zijn boek "The Origin of Species".
Het boek werd binnen korte tijd erg populair.
Deze populariteit werd niet verworven vanwege de wetenschappelijke waarde van het boek, maar de indruk die het maakte in ideologische zin.
Darwin leverde een belangrijke bijdrage aan de materialistische filosofie die het bestaan van Allah (God) ontkent.
Dit leverde hem de onberispelijke steun op van aanhangers van deze filosofie.
De stichter
van het zogenaamde "dialectische materialisme", Karl Marx droeg zijn
befaamde boek "Das Kapital", op aan Darwin en stuurde hem een
exemplaar met een bijschrift waarin stond "van een fervent
bewonderaar".
In de 18de eeuw, de periode waarin de aannamen omtrent de evolutie werden gemaakt, wist men nog niets over de complexe structuur van de cel.
Onder de primitieve microscopen van destijds, was een cel niets meer dan een donkere vlek.
De
beperkte kennis en informatie leidde tot de aanname dat leven zo eenvoudig van
structuur was, dat het bij toeval kan ontstaan.
De evolutionisten van het eerste uur beweerden dat leven is voortgekomen uit niet
levende entiteiten.
Volgens deze theorie, in het Engels genaamd "spontaneous generation",
zijn levende wezens voortgekomen uit de niet-levende materie waar ze in
voorkomen.
Zo geloofde men bijvoorbeeld dat kikkers zijn voortgekomen uit modder, en muizen uit graan en ongedierte uit afval. Er werden zelfs experimenten uitgevoerd om dit te bewijzen.
Men plaatste wat graan op wat vodden
met de verwachting dat er muizen zouden ontstaan.
Dat
er wormen op vlees kunnen ontstaan, werd eveneens gezien als een bewijs dat
levende dingen kunnen voortkomen uit niet-levende dingen.
Later begreep men echter dat de wormen niet spontaan ontstonden, maar
voortkwamen uit onzichtbare larven die vliegen met zich mee hadden gedragen.
Deze primitieve aard van wetenschap die tijdens de 19de eeuw gold, was de belangrijkste factor die ten grondslag lag aan Charles Darwins evolutie theorie.
Dit wetenschappelijk concept was zo primitief dat in het boek "The Origin
of Species" zelfs werd beweerd dat walvissen voortkwamen uit beren die al
worstelend in water leerden zwemmen.
De ontdekking
Deze onsamenhangende uitgangspunten werden in latere uitgaven van het boek verwijderd.
Net als Darwin beweerden vele wetenschappers uit die periode dat
verworven eigenschappen erfelijk waren en werden doorgegeven via het bloed.
Dit wijdverbreide begrip van wetenschap leidde ertoe dat Darwins theorie
verstrekkende gevolgen kreeg.
Toen Darwin zijn theorie ontwikkelde, was hij al sterk beïnvloed door de Franse
Bioloog Lamarck.
Volgens Lamarck, gaven levende wezens hun verworven
eigenschappen door aan andere generaties en evolueerden zodoende.
Giraffen zouden bijvoorbeeld zijn geëvolueerd uit gazellen.
Hun nekken zouden
zich van generatie op generatie verder hebben uitgerekt uit, doordat ze naar
steeds hoger gelegen takken met bladeren reikten voor voedsel.
Echter
noch Lamarck noch Darwin had gelijk, daar ze destijds niets wisten over
microbiologie
.
Wetten ten aanzien van erfelijkheid waren toen nog niet bekend.
Hun theorie was zuiver denkbeeldig.
Darwin wist dat ook wel, hij vermelde zijn bezorgdheid in zijn boek "The Origin of Species".
Hij schreef, dat zijn theorie niet
onfeilbaar was en in elkaar stort als ooit wordt bewezen dat het totstandkomen
van een complex orgaan als gevolg van een willekeurig aantal kleine
opeenvolgende variaties, onmogelijk is.
Wat hij vreesde gebeurde enkele jaren na zijn dood.
De natuurwetten met betrekking tot erfelijkheid die werden ontdekt door de Oostenrijkse priester Gregor Mendel, weerlegden Darwins aannamen in zijn geheel.
In het begin van de
20e eeuw werd aan de hand van genetische wetten bewezen dat niet de verworven
maar de fysieke eigenschappen werden doorgegeven aan de volgende generatie.
Dit feit duidde erop dat natuurlijke selectie, dat door Darwin als een erg belangrijk mechanisme werd aangedragen, in werkelijkheid geen invloed had op het zogenaamde evolutie proces.
Deze ontdekkingen op zichzelf veegden Darwins
theorie reeds aan het begin van de 20e eeuw van tafel.
Wetenschappelijke ontwikkelingen in de 20e eeuw maakten bestudering van de kleinste componenten van leven mogelijk en legden nog andere feiten bloot, die Darwin niet had overwogen of genegeerd.
Een levend wezen heeft een zodanig complex ontwerp geërfd, welke niet met de evolutie theorie kan worden uitgelegd. De meest indrukwekkende voorbeelden van dit ontwerp in levende wezens, openbaart zich in diens onzichtbare dimensies.
Het lichaam van elk levend wezen bestaat uit cellen van een honderdste millimeter.
Één zo'n cel op zich is al opmerkelijk complex van structuur.
Het voert ingewikkelde functies uit om te overleven en bevat
zelfs motorieke om zich voort te bewegen.
Het ontwerp
In het midden van de 20e eeuw legden elektronmicroscopen deze ingewikkelde structuren in levende wezens bloot.
De ontdekking van de inwendige structuur van
een levende cel, openbaarde een ingewikkelde en regelmatige structuur welke de
aanname van 'spontane oorsprong' (spontaneous generation) geheel
weerlegd.
In de 50er jaren ontdekten de twee wetenschappers, James Watson en Frances Kreak, de structuur van de DNA-molecule in de celkern.
Deze ontdekking bevestigde het
feit wederom dat de complexiteit veel groter was dan men zich had voorgesteld.
Ondanks het feit dat hij een evolutionist was, bekende Frances Kreak die de
Nobel prijs kreeg voor zijn ontdekking, dat een dergelijke complexe structuur
niet spontaan kan zijn ontstaan.
DNA is een grote molecule die voortkomt in de kern van elke levende cel.
Alle
fysieke kenmerken die een levende cel bezit, zijn gecodeerd opgeslagen in deze
spiraalvormige molecuul.
Alle informatie met betrekking tot ons lichaam, zoals de kleur van onze ogen,
inwendige structuur van onze organen tot aan de vorm en functie van individuele
cellen zijn geprogrammeerd in de verschillende secties van DNA genaamd 'genen'.
De DNA code bestaat uit een reeks van vier verschillende moleculen.
Als elk van
deze vier moleculen wordt vergeleken met een brief, dan kan DNA worden gezien
als een databank dat bestaat uit een alfabet van vier letters.
Alle informatie met betrekking tot het lichaam wordt in deze databank
opgeslagen. De inhoud van de DNA komt neer op een bibliotheek van 1000 boekdelen
van elk 500 pagina's.
Deze ongelofelijke omvang aan inhoud, wordt bewaard in de kern van een cel dat
niet groter is dan een honderdste milliliter. Kansberekeningen hebben
aangetoond, dat de kans op het bij toeval ontstaan van een enkele DNA molecuul,
nul is. De tijd dat het duurt om een enkele DNA ketting op een
proefondervindelijke wijze in de juiste sequentie in elkaar te zetten, zou
langer duren dan de leeftijd van de aarde,naar de schatting van de
evolutionisten. Het is vrijwel zeker, dat een dergelijke perfecte structuur niet
spontaan kan zijn ontstaan als gevolg van toevalligheden. Het kan alleen maar
het werk zijn van een Maker met onbegrensde Wijsheid en Macht.
De evolutie theorie welke zwaar leunt op toevalligheden, is met de ongelofelijke
complexiteit van DNA, ongeloofwaardig en onverdedigbaar (collapsen) geworden.
De
bouwstenen
Een andere uitdaging aan de evolutie theorie op het gebied van de microbiologie.
Als basis component van de cel, speelt proteïne een doorslag gevende rol in het functioneren van het lichaam. Moleculen die via het bloed, zuurstof naar de cel vervoeren, enzymen die elektronen doorgeven aan zenuwen en de duizenden verschillende hormonen, zijn allen verschillende soorten van proteïne.
Hoe komt een proteïne dan tot stand? Een proteïne wordt gevormd door een reeks van moleculen die zelfs kleiner zijn dan een proteïne.
Deze kleine moleculen waaruit proteïne bestaat, heten "aminozuren".
Er bestaan 20 verschillende soorten aminozuren.
De aminozuren in een proteïne zijn op een bepaalde volgorde georganiseerd.
Er zijn proteïnen die bestaan uit 50 aminozuren maar er zijn er ook die bestaan uit duizenden.
Het toevoegen van een enkele aminozuur molecule aan of het verwijderen van een enkele aminozuur molecuul uit, de proteïne keten of het vervangen van een aminozuur door een ander, maakt de proteïne in z'n geheel onbruikbaar en vormt een gevaar voor het lichaam.
Deze gevoelige en complexe proteïnen worden in de levende cel
aangemaakt aan de hand van een reeks gecompliceerde gebeurtenissen.
De code met betrekking tot de structuur van alle proteïnen zijn vastgelegd in
de DNA molecuul van de celkern.
Als het lichaam een bepaalde proteïne nodig heeft, wordt een productie opdracht verzonden aan de betreffende cel. Een speciale enzym wordt ingezet om temidden van de miljarden codes in de DNA , de juiste informatie op te zoeken over de aan te maken proteïne en kopieert deze code.
Dit wordt ook wel de RNA boodschapper genoemd.
Als de code is gekopieerd, verlaat de RNA boodschapper, de DNA en begeeft zich
naar celvloeistof.
Hier wordt de code in de RNA gedecodeerd en verwerkt in een speciaal orgaan
genaamd de "Ribosoom", waar het juiste aantal aminozuren volgens een
bepaalde sequentie worden gerangschikt tot een proteïne.
De proteïne molecule verlaat het ribosoom om op de juiste plek in het lichaam
dienst te doen.
Normaliter vindt tijdens dit hele proces een hele reeks ingewikkelde hulp processen plaats, waarbij telkens een verschillend aantal gespecialiseerde enzymen een rol spelen.
Vandaag de dag kan men zelfs met de
meest geavanceerde laboratoria en hoogst ontwikkelde apparatuur, geen proteïne
namaken
De evolutie theorie beweert dat het leven tot stand is gekomen door een cel welke zich bij toeval ontwikkelde onder de primitieve omstandigheden van de wereld.
Het is echter gebleken dat het onmogelijk is dat er ook maar een van de duizenden proteïne van een cel bij toeval kan ontstaan.
Het is duidelijk dat proteïnen, DNA, cellen en andere levende dingen, den resultaat is van een ontwerp.
Aangezien er sprake is van een ontwerp, dan moet er ook sprake zijn van
een ontwerper.
De
enige verklaring die evolutionisten hebben aangevoerd, tegen al die feiten die
de moderne microbiologie heeft blootgelegd, heeft betrekking op mutaties.
Mutaties zijn de veranderingen die optreden in de DNA van een levende cel, als
gevolg van externe factoren zoals straling en chemische stoffen.
De evolutie theorie beweert dat de verschillen in levende wezens, veroorzaakt is geworden door mutaties.
Maar feit is dat een mutatie alleen maar gevaarlijk is voor een levend wezen.
Als bijvoorbeeld een beschadiging optreedt, in een van de zeven aminozuren van een hemoglobine proteïne in bloedcellen, heeft dit tot gevolg dat de gehele functionele structuur van de proteïne beschadigd is.
Eveneens zal het wijzigen van de plaats van de zesde aminozuur door een andere, de functie van de proteïne uitschakelen ,die er voor zorgt dat er zuurstof wordt aandragen naar het bloed.
Tot vandaag de dag zijn er geen positieve of voordelige noch
evolutionaire effecten waargenomen als gevolg van een mutatie.
Experimenten op fruitvliegen gaven niet alleen aan dat er geen voordelen waren
maar juist dat mutaties destructief en fatale gevolgen heeft.
Mutaties
vernietigen de perfecte DNA code van een levend wezen en veranderd ze in
monsterlijke wezens.
Vandaar dat prof. Richard Dawkins, een van de hedendaagse vooraanstaande
aanhangers van de evolutie theorie, worstelt met het vinden van een antwoordt op
de vraag, of er een voorbeeld bestaat waarbij een mutatie of een evolutionair
proces werd waargenomen zonder negatieve effecten op de genetische structuur van
het levend wezens.
Het bewijs
De feiten liggen er.
Leven is van dusdanig complexe orde en ontwerp, dat het niet bij kans kan zijn ontstaan.
Een klok kan niet tot stand komen door willekeurig aantal onderdelen op een hoop te gooien.
Er is een vakkundige en intelligente klokkenmaker voor nodig.
Evenzo heeft Leven een Superieur ontwerp en moet er een
Maker bestaan die het ontwerpt en maakt.
In de 20e eeuw werd bewezen dat de evolutie theorie onmogelijk is, niet alleen
door bewijs vanuit de macrobiologie en microbiologie maar ook vanuit de
paleontologie.
Er is nog nooit 1 fossiel gevonden die de evolutie onderschrijft in alle opgravingen die er gedaan zijn sinds de theorie werd voorgedragen.
Darwin beweerde dat er met de tijd bij levende wezens verschillen zijn ontstaan als gevolg van kleine mutaties.
In deze lange proces van veranderingen, zouden er miljoenen verschillenden soorten , tussenvormen moeten zijn ontstaan.
Er is echter nog noot 1 zo'n tussenvorm gevonden, ondanks verwoedde pogingen.
In
tegendeel, fossiele resten tonen aan dat levende wezens plotseling opkwamen in
hun huidige vorm.
Met andere woorden, levende wezens zijn niet geëvolueerd maar zijn gecreëerd.
Darwin bekende dat dit feit zijn theorie weerlegt als volgt: " Als soorten op grote schaal veranderde naar andere soorten met kleine verschillen, waarom komen we dan de fossielen van die tussenvormen niet in grote getallen tegen?
Er
zouden een heleboel fossielen moeten zijn van al die tussenvormen. Maar waarom
vinden we ze niet begraven in de aarde.
Darwin had tot daartoe gelijk.
Niemand kon die denkbeeldige half vis/half reptiel of
half reptiel / half vogel tussenvorm fossiel vinden waarover de evolutionisten
spraken.
Een van de weinige fossielen die de evolutionisten aanvoerden als belangrijk bewijs is een vogel genaamd "Archaeopteryx".
Zij beweerden dat deze vogel een link/tussenvorm was, tussen de reptielen en vogels.
Alsnog werden later fossiele
resten gevonden van (vliegende) vogels, die miljoenen jaren ouder waren dan
Archaeopteryx, dit leverde het bewijs dat Archaeopteryx geen overgangsvorm was.
Tot nog toe blijkt het evolutie plan van de evolutionisten steeds weer op niets
anders te berusten dan een denkbeeldig scenario.
Een ander bekende bewering van de Evolutie theorie is de theorie dat de mens is
geëvolueerd van aapachtige voorouders.
Evolutionisten legden op dit onderwerp bijzonder veel nadruk.
Dat is omdat er tot nu toe zo'n 6500 soorten apen hebben bestaan waarvan het merendeel nu uitgestorven is.
De verschillende omvangen van
de schedels van deze uitgestorven apen was dus een goede kans voor de
evolutionisten.
Zij
bedachten een scenario voor de evolutie van de mensen, door de schedels van deze
uitgestorven apen in een bepaalde volgorde te rangschikken en te
combineren/vermengen met de schedels van uitgestorven menselijke rassen, zoals
de Neanderthalermens.
De scenario's van de evolutie van de mens wordt door evolutionisten met behulp
van de media aan het publiek gepresenteerd in slechts denkbeeldige tekeningen .
In deze tekeningen, worden wezens met harige lichamen en aapachtige gezichten,
menselijke trekken gegeven.
De bedoeling is om de indruk te wekken dat deze wezens echt hebben bestaan als een link tussen de aap en de mens.
In sommige gevallen, worden de tekeningen zelfs voorzien van scènes over het sociaal leven van deze wezens.
Deze bedrieglijke tekeningen worden in een bepaalde volgorde gepresenteerd, om het publiek te brainwashen over de evolutie van de mens.
Evolutionisten zijn gespecialiseerd in het gebruik maken van fossielen om denkbeeldige wezens te creëren.
Zelfs in de meest populaire wetenschappelijke
publicaties, worden deze denkbeeldige wezens afgebeeld.
Dit is echter allemaal niets dan bedrog.
Als enige bewijs wordt dan enkele stukken
van schedels of botten aangevoerd.
Terwijl het haar, de huid, neus, oren ,lippen en andere gezichtstrekken niet
kunnen worden vastgesteld aan de hand van botresten.
De evolutionisten maken
niet alleen valse tekeningen, maar ook tastbare vervalsingen.
De meest bekende hiervan is de Piltdown fossiel, welke als bewijs werd aangedragen in 1912 in Engeland.
Deze fossiel die gepresenteerd werd als de meest belangrijke overgangsvorm tussen mens en aap werd 30 jaar lang als zodanig in musea tentoongesteld.
Deskundigen die deze fossiel in 1949 nog eens onderzochten
stelden echter vast dat het geen fossiel was, maar een gefabriceerd
mensenschedel met een kaak van een aap, zodanig in elkaar gedokterd dat het
moest lijken dat ze bij elkaar hoorden en een geheel was.
In 1922 zette evolutionisten aan de hand van een enkele tand, nog een
denkbeeldige tussen vorm in elkaar, genaamd de 'Nebraska man'.
Ze gaven het fossiel zelfs een Latijnse naam 'Hesheropithecus Haroldcook II'.
Echter de tand
aan de hand waarvan de Nebraska man gereconstrueerd was, bleek later een tand
van een varken.
Vele fossiele schedels die als bewijs zijn aangedragen voor de evolutie van de
mens, bleken steeds weer bedrog te zijn:
Neandertal
Man aangedragen als bewijs in 1856. Het werd verworpen in 1960.
Piltdown
Man aangedragen als bewijs in 1912. Het werd verworpen in 1949.
Hesperopithecus
aangedragen als bewijs in 1922. Het werd verworpen in 1927
Zinjantropus
aangedragen als bewijs in 1959. Het werd verworpen in 1960.
Ramapithecus aangedragen als bewijs in 1964. Het werd verworpen in 1979.
Ondanks
al deze feiten, worden in vele landen, waaronder ons land, deze schedels aan het
publiek opgedrongen als bewijs, en als wetenschappelijke feite onderwezen in
schoolboeken.
De meerderheid van de gemeenschappen blijven beweren dat de evolutie theorie een
bewezen feit is.
Vele frauduleuze bewijsmateriaal welke door deskundigen uit de
literatuur zijn geschrapt, worden desondanks aan studenten voorgedragen als de
voorouders van de mens.
Wat men met de evolutie probeert te verbergen is echter duidelijk:
Men tracht Schepper te ontkennen en de mensheid ervan te weerhouden zich aan hem toe te wijden.
De gehele universum is het werk van een perfecte maker.
De superieure intelligentie, macht en wijsheid van de Schepper is geopenbaard in alles wat Hij heeft geschapen.
Voor een bewust mens, is Zijn schepping opzicht al voldoende bewijs, van de creatief macht van zijn Schepper.
Een nadere beschouwing van een
willekeurig levend wezen op aarde, lijdt de mens naar conclusie dat het alleen
een werk kan zijn van een Almachtige Schepper.
Elk van de miljoenen levensvormen die op de aarde bestaan, zijn een perfect en
uniek kunstwerk en zoals elk kunstwerk, zijn zij slechts een product van hun
Maker.
Hij
is ALLAH, Heer van de hemelen en de aarde en al wat er tussen is.